Werkgroep'84
Werkgroep’84 is een onafhankelijke plaatselijke groepering die de belangen van de inwoners van Nederlek behartigt.
Omdat werkgroep’84 geen binding heeft met landelijke politieke partijen, die vanuit een ideologie werken, kunnen wij al onze aandacht geven aan plaatselijke situaties en ontwikkelingen.
Werkgroep’84 is principieel een groep van Nederlekkers, die zich inzet ten behoeve van Nederlekkers.
Overleg staat voor ons centraal; zeker in het gemeentelijke beleid. Wij willen daarbij goede samenspraak tussen inwoners en bestuur; dat betekent openstaan voor de ideeën van de bevolking.
Heeft een plaatselijke politieke groepering zin?
Absoluut. Ruim 25 jaar actief zijn in Nederlek heeft bewezen dat dit zinvol is. Overal in het land groeien de plaatselijke politieke partijen. Ze zijn landelijk goed voor de derde plaats in de politiek. In de Krimpenerwaard nemen zij zelfs de tweede plaats in!
Waar staat Werkgroep’84 verder voor?
Op de eerste plaats willen wij openheid. Openheid van bestuur in het algemeen, maar vooral bij de beleidsvorming en de uitvoering van het beleid in onze gemeente. Dit betekent:
· Beleidsvoorbereiding (RondeTafelGesprekken).
· Slechts bij hoge uitzondering mag het college een onderwerp in een raadsvergadering brengen, dat niet eerst in een rondetafelgesprek aan de orde is geweest.
· Inspraak van betrokkenen voor en tijdens raadsvergaderingen en rondetafelgesprekken. Hiervoor moet voldoende tijd worden gereserveerd.
· Handhaving en uitbreiding van Tv-uitzendingen. Niet alleen van de raadsvergaderingen, maar ook van de belangrijke rondetafelgesprekken en van informatie bijeenkomsten (bv. Structuurvisie). Zo kan iedereen een beter inzicht krijgen in de soms moeilijke keuzes die gemaakt moeten worden.
· Werkgroep’84 is de brugfunctie tussen inwoners en gemeente. Fractieleden en achterban zijn geďnteresseerd in vragen en problemen van de bewoners van Nederlek. Die vinden bij ons gehoor.
Ruimtelijke ordening
Het door de provincie vastgestelde streekplan Zuid-Holland Oost (2003) is nog steeds bepalend voor het ruimtelijk beleid in het Groene Hart. Het Groene Hart is hierin immers aangewezen tot “nationaal landschap”.
Tevens zijn rode contouren om steden en dorpen getrokken, waarbinnen nog slechts bebouwing mag plaatsvinden. Groene contouren zijn getrokken rond gebieden met bijzondere natuur- en landschapswaarden, waarbinnen bebouwing verbo-den is.
Dit contourenbeleid dwingt gemeenten om te streven naar intensivering van het ruimtegebruik en naar verhoging van de kwaliteit van het binnen de bebouwingscontouren liggende gebied.
Werkgroep’84 wil in de komende raadsperiode:
· Dat de kwaliteit van de Krimpenerwaard ten aanzien van natuur en recreatie behouden blijft.
· Dat het gebied zijn grote en belangrijke rol bij de vogeltrek en als broedgebied voor weide- en watervogels blijft vervullen.
· Stimuleren dat streekgebonden bedrijvigheid binnen de Krimpenerwaard behouden blijft.
· Dat de bereikbaarheid van de Krimpenerwaard wordt verbeterd.
Gemeentelijk beleid.
Nederlek denkt na over haar toekomst. De gewenste ruimtelijke ontwikkeling tot 2015 is vastgelegd in de structuurvisie. Deze is begin 2006 door de provincie goedgekeurd.
Werkgroep’84 staat volledig achter deze structuurvisie. Het is een belangrijk sturingsmiddel, omdat vanuit een integrale visie het ruimtelijke beleid op het gebied van wonen, werken, recreëren en verkeer voor de middellange termijn is beschreven.
Dit dient als uitgangspunt voor verdere ontwikkelingen.
Werkgroep’84 wil in de komende raadsperiode:
· Gezien het dwingende contourenbeleid van de provincie, dat de nog beperkte ruimte die beschikbaar is kwalitatief hoogwaardig en zeer zorgvuldig wordt ingevuld.
· Alleen voor die locaties grotere bouwhoogtes accepteren (max. 4 a 5 bouwlagen), waar accenten de omgeving versterken en meer herkenbaar maken.
· Toezien dat het in de structuurvisie omschreven programma voor woningbouw, zorgcentra en culturele voorzieningen zo nodig wordt aangepast aan veranderende omstandigheden.
· Er voor waken, dat de communicatie naar en de inspraak met de bevolking in iedere fase van het betreffende deelproject tijdig en zorgvuldig zal plaatsvinden.
Volkshuisvesting
In de structuurvisie is de gemeentelijke woonvisie vastgelegd. De belangrijkste opgave is het duurzaam huisvesten van starters, jonge gezinnen, ouderen en zorgbehoevende.
Voor deze doelgroepen zijn goedkope starterwoningen in de huursector, ruimere eengezinswoningen (koop en huur), seniorenwoningen (koop -en huurappartementen) nodig.
Woningen dienen zoveel mogelijk levensloopbestendig te worden uitgevoerd. Voorts is een belangrijke opgave om de oudere bestaande woningvoorraad door middel van renovatie en aanpassing om te bouwen tot eigentijdse woningen.
Huisvesting voor al deze doelgroepen moet plaatsvinden in zeer nauwe samenwerking tussen gemeente, woningbouwcorporaties en zorginstellingen (Pact van Savelberg).
Werkgroep’84 wil in de komende raadsperiode:
· Dat huisvesting voor senioren en geschikte woningen voor starters de hoogste prioriteit krijgen.
· Bevorderen dat, gezien het contourenbeleid van de provincie, de beperkte ruimte voor woningbouw zeer zorgvuldig en creatief wordt ingevuld.
· Dat de woningbehoefte wordt afgestemd op ontwikkelingen in de bevolkingssamenstelling, vooral op de specifieke woonwensen van de eigen inwoners.
· Dat er uitsluitend gebouwd wordt volgens het “Politiekeurmerk Veilig Wonen”.
· Dat verstandig en zorgvuldig wordt omgegaan met het beperkte groen in beide kernen en dat het door de raad goedgekeurde groenstructuurplan de basis hiervoor is.
· Dat in Nederlek duurzaam wordt gebouwd. Ook bestrating, groenvoorziening, parkeerruimte, speelplaatsen en veiligheid bepalen in hoge mate de kwaliteit van de woonomgeving.
Detailhandel
De winkelgebieden van Nederlek hebben nadrukkelijk aandacht nodig. De beide dorpen hebben te maken met een terugloop aan diversiteit van winkels.
Door nu te investeren in die kernen kan de detailhandelsfunctie worden versterkt. Inwoners van Nederlek en omliggende dorpen moeten doelgericht en met plezier kunnen winkelen in onze kernen.
De leefbaarheid van onze dorpen is in belangrijke mate afhankelijk van een breed en kwalitatief goed aanbod aan detailhandelsvoorzieningen.
Werkgroep’84 wil in de komende raadsperiode:
· Dat de komende jaren veel aandacht wordt gegeven aan maatregelen ter verhoging van het (kwaliteits)niveau van detailhandelsvoorzieningen.
· Dat de aanpak van het centrum- en winkelgebied in beide kernen in het kader van de structuurvisie de oplossingsrichting geeft voor genoemde problemen.
· Als voorwaarde hierbij een integrale aanpak in nauwe samenwerking tussen gemeente, winkeliersverenigingen, ondernemerskring, Kamer van Koophandel enz..
Gemeentelijk erfgoed
Een zorgvuldig beheer van cultuurhistorische en beeldbepalende gebouwen en oude dorpskernen in Nederlek moet gewaarborgd zijn.
In het verleden zijn door gebrek aan een gemeentelijk monumentenbeleid karakteristieke panden verpauperd en gesloopt of ondeskundig verbouwd.
Moties van Werkgroep ’84 hebben er belangrijk toe bijgedragen, dat het gemeentelijk monumentenbeleid 3 jaar geleden tot stand is gekomen.
Een monumentenverordening met bijbehorende subsidieverordening is vastgesteld. De uitvoering laat echter op zich wachten. De gemeentelijke monumentenlijst is nog steeds niet definitief.
Werkgroep’84 wil in de komende raadsperiode:
· Dat de aanwijzing (van een gedeelte) van de Voorstraat in Lekkerkerk als beschermd dorpsgezicht wordt gerealiseerd.
· Particulier initiatief stimuleren ter verbetering en verfraaiing van cultuurhistorische en beeldbepalende gebouwen.
· Een actief aanschrijvingsbeleid invoeren in geval van verwaarloosde panden en omgevingssituaties.
· Dat langdurige leegstand van panden/loodsen (Rijsdijk, IHC) wordt vermeden.
Verkeer en Vervoer
De dorpen zijn er op de eerste plaats voor de bewoners. Zij moeten een leefbare woonomgeving hebben. Dit betekent dat de inrichting ervan vooral mensvriendelijk behoort te zijn.
Er moeten daarom voldoende veilige voet- en fietsvoorzieningen aanwezig zijn. Tijdens het opknappen van de dorpscentra in het kader van de structuurvisie moet de bereikbaarheid van die centrumgebieden, vooral voor ouderen te voet, gewaarborgd zijn.
Het wachten is nog steeds op de, reeds lang toegezegde, nota parkeerbeleid. Die nota moet een integraal parkeerbeleid inhouden, dus inclusief het beleid voor invalidenparkeerplaatsen, ontheffingen en vergunningen, parkeren van vrachtwagens, enz., evenals een actief handhavingsbeleid.
Bovendien moet onderzocht worden waar extra parkeerplaatsen gerealiseerd kunnen worden. Dit mag niet ten koste gaan van de, toch al beperkte, oppervlakte aan groen in de gemeente.
Een groene compensatie in de omgeving ligt voor de hand. Ook het bevorderen van parkeren op eigen erf (bij zowel nieuw- als bestaande bouw) kan een deel van de oplossing zijn.
Dit betekent, dat er gezien de ruimtelijke ontwikkeling binnen de structuurvisie, nieuwe parkeerplaatsen binnen de plangebieden, dus in de kosten ervan, zullen moeten worden ingericht.
Werkgroep ’84 wil in de komende raadsperiode:
· Dat betere en voldoende fietsparkeervoorzieningen in de dorpscentra worden aangebracht, alsook bij bushaltes.
· Dat voldoende autoparkeerplaatsen in de deelplannen van de structuurvisie als onderdeel van die visie worden ingericht.
· Dat het parkeren van vrachtwagens, vooral in de industriegebieden, bij voorkeur in overleg met buurgemeenten, wordt aangepakt.
· Dat ook de voet- en fietsveren in de vaart blijven.
Openbare orde en veiligheid
Een veilige woon- en leefomgeving is een voorwaarde voor een gelukkige samenleving. Veiligheid is een zaak voor iedereen en begint bij ieders eigen gedrag. In Nederlek heeft men vooral te maken met jeugdoverlast en overlast van de buren.
Het lokaal zichtbaar goed functioneren van de politie en de brandweer draagt bij tot het veiligheidsgevoel. Door het instellen van de veiligheidsregio’s worden zaken in toenemende mate (boven-)regionaal georganiseerd.
Zichtbaarheid en invloed moeten dus lokaal tot stand komen. Daarom is, in het kader van de sociale veiligheid, een project als “buurtpreventie” zeer belangrijk. Een goede communicatie met de politie en brandweer is hierbij, uiteraard, een randvoorwaarde.
Werkgroep ’84 wil in de komende raadsperiode:
· Het veiligheidsgevoel van de inwoners van Nederlek vergroten.
· De zichtbaarheid en aanspreekbaarheid van de politie bevorderen.
· Een strikte controle en handhaving van de regels op het gebied van bouw, milieu, verkeer en van gebruiksvergunningen.
Publieke diensten
Deze diensten zijn te onderscheiden in vier soorten:
· Nutsbedrijven.
Hierbij valt te denken aan kabelnetten, elektra, gas, water, etc..
Deze bedrijven zijn de laatste jaren verplicht geprivatiseerd. Daardoor is de gemeentelijke “macht” er ver geheel verdwenen. Ze worden in toenemende mate door internationale concerns overgenomen. Snelle en doelmatige signaleringen van lokale storingen is het enige wat de gemeente nog kan doen.
· Primaire diensten.
Dit zijn de urgente diensten als waterschap, politie, brandweer en ambulance.
Deze zijn in regionale verbanden ondergebracht. Samen bezitten ze meer deskundigheid en de inzetbaarheid is, op veel terreinen, beter gewaarborgd. Dus kan het lokale bestuur alleen proberen de plaatselijke verbondenheid te bevorderen.
Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan wijkagenten en aan eigen brandweerverenigingen. Langs die weg heeft het lokale bestuur nog enige invloed op de taakuitvoering.
· Samenwerkingsdiensten
Dit zijn bedrijven als vuilnisdienst, milieudienst, incassobureau, technisch bureau, sociale zaken, etc.. Die diensten worden door deelnemende gemeenten gezamenlijk bestuurd. Deze diensten hebben de neiging zelf hun regels te gaan bepalen. Bestuurders moeten hen dus duidelijke regels opleggen.
· Eigen diensten
Dit zijn plaatsgebonden diensten als groenbeheer, begraafplaatsen, openbare werken, burgerzaken en der-gelijke. Deze diensten bepalen in belangrijke mate het karakter van de gemeente. Ze worden bestuurd door het eigen gemeentebestuur.
Voor deze diensten behoren actuele meerjaren plannen te zijn opgesteld.
Werkgroep ’84 wil in de komende raadsperiode:
· Dat de verhoudingen tussen nutsbedrijven en de gemeente voor een ieder helder zijn en blijven.
· Dat een redelijke burger in een conflict met een nutsbedrijf door de gemeente gesteund wordt.
· Dat de binding met de primaire bedrijven optimaal wordt en blijft. Ook hiertoe moet beleid geformuleerd worden.
· Dat bij de samenwerkingsverbanden aan de burger steeds helderheid (wie/wat) wordt verschaft. De “lastige” burger van het kastje naar de muur sturen mag niet voorkomen.
· Dat meerjaren- en bestemmingsplannen up-to-date zijn en blijven.
Onderwijs
Een kenmerk van beschaving wordt gevormd door de investeringen in het onderwijs. Dit zijn immers investeringen in de goede toekomst van de jeugd en in de kwaliteit van de samenleving van morgen.
Naast deze morele verplichting is er de wettelijke plicht die door de rijksoverheid aan gemeentebesturen is opgelegd. Een ruimhartig onderwijsbeleid is dus gewenst.
Onze (kleine) gemeente heeft in de loop der jaren fors geďnvesteerd in de huisvesting van onderwijs.
Een ander punt van zorg, naast de huisvesting, zijn opeenvolgende onderwijsvernieuwingen. Verder zijn door herhaalde fusies de “scholen” groter geworden.
Kleinere basisscholen konden zo niet langer voortbestaan, Dorpsscholen voor voortgezet onderwijs werden “colleges”.
Deze ontwikkelingen kosten tijd en energie van het onderwijzende personeel waardoor de leraren zich terugtrekken op hun kerntaken omdat ze veel minder tijd en energie hebben voor “overige” werkzaamheden.
Werkgroep ’84 wil in de komende raadsperiode:
· Dat scholen doen inzien dat we een (leerling-)gedragsprobleem hebben dat we niet kunnen afschuiven zonder steun onder de bevolking te verliezen.
· Dat in het (voortgezet) onderwijs meer aandacht wordt geschonken aan het vormen van sociale vaardigheden. Onderwijs betreft “heel de jonge mens”.
· Ontmoetingen met de samenleving (korte bezoeken aan lokale bedrijven en maatschappelijke stages) kunnen inzicht in de maatschappij brengen.
Contacten met de burger
Nu de overheden zich steeds meer met de burgers gaat bemoeien, moet de burger zich steeds meer met die overheid kunnen bemoeien. Dan moet die burger wel weten waar het overgaat en wat er bekokstoofd wordt.
Werkgroep ’84 is van mening dat de lokale overheid alle communicatiemogelijkheden moet benutten om de burger volwassen te informeren. Hierbij moet steeds worden bedacht dat informeren niet het zelfde is als PR bedrijven!
Proberen er iets bij de bevolking “in te drammen” kan de geloofwaardigheid, op langere termijn, immers ernstig ondermijnen.
Het gebruik van gekochte pagina’s in lokale bladen behoort alleen voor feitelijke mededelingen (nieuwe verordeningen, raadsbesluiten, enz.) plaats te vinden. Verdere informatie zou alleen, heel open, via onafhankelijke journalistiek moeten gebeuren.
Daarnaast mag de burger die de gemeente bezoekt in ere worden gehouden. Een open cultuur moet worden nagestreefd. De ambtenaar die snel wel zal uitleggen is niet meer van deze tijd. De ambtenaar die meedenkt is nodig.
Werkgroep ’84 wil in de komende raadsperiode:
· Tonen dat politieke discussie geen vijandschap is maar de manier om het beste op tafel te krijgen. Alle raadsleden zijn collegiale medebestuurders ook als hun zienswijzen aangevallen worden.
· Uit te stralen dat wij allen burgers van Nederlek zijn. De gemeente is dus van ons! De ambtenaren zijn er om daarbij het algemene belang te dienen.
· Merkbaar te maken dat ambtenaren en bestuurders er zijn om de gemeenschap te dienen. Dit zou ook getoond worden (naast de sluiting op vrijdagmiddag) door verruiming van de openingstijden voor loketdiensten (koopavond).
· Dat een heldere klachtenregeling voor de burgers wordt gepubliceerd. De ambtenaar met wie een geschil ontstaat, mag nooit dezelfde zijn die de klacht afhandelt.
· Dat de interactieve website de nadruk heeft op de inhoud en niet op de vormgeving.
· Dat de laatste actualiteiten direct op teletekst gezet wordt met een naam en telefoonnummer voor eventuele reacties.
· Dat bij het gebruik van radio of tv steeds vermeld wordt hoe de luisteraar of kijker reageren kan.
· (bijvoorbeeld bij aan- en afkondiging).
Sociaal / cultureel
Naast de materiële zijn er immateriële zaken, die een gemeente tot gemeenschap maken. Die zaken worden voor een belangrijk deel door mantelzorgers en vrijwilligers gedragen. Zonder die vrijwilligers zou de lokale gemeenschap veel aan waarde verliezen.
De zorg zou onbetaalbaar zijn. Het sociale netwerk zou feitelijk ineenstorten. Daarom moet met deze mantelzorgers en vrijwilligers en hun stichtingen en verenigingen heel zorgvuldig en met veel respect worden omgegaan.
Dit maatschappelijk middenveld mag bestuurlijk en ambtelijk nooit worden gezien als een goedkoop verlengstuk van “het ambtelijke bestuur”.
Werkgroep’84 wil in de komende raadsperiode:
· De vaak uit vrijwilligers bestaande organisaties maximaal steunen. Dus niet bij financiële nood eerst aan bezuinigingen op subsidies denken.
· Bij het toekennen of intrekken van subsidies niet de waan van de dag volgen maar een lange termijn visie hanteren.
· Dat in Krimpen a/d Lek het cultuurhuis verrijst en in beide kernen op verantwoorde wijze een jeugdhonk wordt gerealiseerd.
· Een visie ontwikkelen op de toekomst van onze zwem(instructie)baden.
Sociale dienstverlening
Door de economische crisis heeft de landelijke overheid vele miljarden uitgegeven om de banken overeind te houden. Die steun hebben de pensioenfondsen niet gekregen.
Te verwachten valt dat, na deze kabinetsperiode, de overheid fors zal gaan bezuinigen om die toegenomen staatsschuld te verminderen.
De rente over die schuld verdringt immers andere noodzakelijke uitgaven terwijl een toenemende belastingdruk het economisch herstel in de weg zit.
Dit betekent dat de lasten gaan toenemen, de inkomens (de pensioenen en de lonen) zullen gaan stagneren en op de gemeenten bezuinigd gaat worden.
Deze rekeningen zullen niemand, ook niet de zwakste in onze gemeentelijke samenleving, ontzien. Dit kost de gemeente Nederlek nu al zo’n 40% van de begroting.
Een uiterste zorgvuldigheid om een goede dienstverlening (informatie) te verzorgen moet gepaard gaan met een zeer sobere bemensing (kosten) die een maximale dienstverlening leveren, wordt een bittere noodzaak.
Beleidswensen moeten dus zeer terughoudend zijn.
Werkgroep ’84 wil in de komende raadsperiode:
· Dat er, in K5-verband, enkele formatieplaatsen voor schuldhulpverlening voorzien worden.
· Dat het SIS (Senioren Informatie Steunpunt) maximaal uitgroeit tot een krachtig loket voor “sociale makelaardij”.
· Dat een krachtig ondersteund beleid wordt geformuleerd om het “maatschappelijk middenveld” (de mantelzorgers) optimaal bij de zorg te betrekken.
Bestuurlijke toekomst
Werkgroep’84 is en blijft van mening, dat intensivering van de huidige samenwerking met de andere Krimpenerwaardgemeenten op basis van zelfstandigheid de beste optie voor een goede bestuurlijke toekomst is.
Echter de provincie wenst deze unieke vorm van samenwerking niet de kans te geven om verder te laten uitkristalliseren.
Terwijl de Krimpenerwaardraad nog nauwelijks 2 jaar functioneert, concludeert de provincie zeer voorbarig, dat het in de Krimpenerwaard aan bestuurlijke eenheid ontbreekt en start op eigen houtje een herindelingprocedure zonder een deugdelijke inhoudelijke onderbouwing hiervoor.
De bestuurlijke toekomst van de Krimpenerwaard is hierdoor uiterst onzeker geworden.
Herindeling leidt tot een grotere afstand tussen de inwoners en de bestuurders. Uit de praktijk blijkt, dat de voordelen van een herindeling voor de inwoners nihil is.
Bovendien kost een herindeling veel gemeenschapsgeld en ontstaat er jarenlang een bestuurlijke stilstand.
Werkgroep’84 wil de ogen echter niet sluiten voor de werkelijkheid van vandaag en wil dus ook onderzoeken of een andere herindelingvariant dan één K5-gemeente mogelijk een betere optie voor Nederlek zou kunnen zijn.
Werkgroep’84 wil in de komende raadsperiode:
· Volstrekte helderheid van alle voor- en nadelen in het geval van een nieuwe gemeentelijke indeling.
· Duidelijk inzicht krijgen hoe de financiële positie van een eventuele nieuwe gemeente er uit gaat zien.
· Dat een eventuele nieuwe gemeente kan rekenen op voldoende draagvlak bij de bevolking.
· Dat, indien een herindeling wordt doorgezet, één K5-gemeente de voorkeur verdient tenzij het huidige K2-onderzoek een overduidelijke meerwaarde heeft voor de inwoners van Nederlek.
Natuur & Milieu
Onze leefomgeving is in belangrijke mate bepalend voor ons welbevinden. Door de eeuwen heen is aan deze omgeving door mensen de huidige vorm gegeven.
Moderne technieken dragen het gevaar in zich deze vorm in enkele jaren onherstelbaar schade toe te brengen. Daarom is een streng milieubeleid van groot belang en dient strikt te worden toegezien op de naleving ervan.
Scheiden van afval aan de bron verdient blijvende aandacht. Dit ook bij het verlenen van kapvergunningen. De huidige dijkverzwaring eist toch al een hoge tol aan volwassen bomen. Bomen zijn zeer beeldbepalend voor de openbare ruimte.
Het voorgenomen geurbeleid (de stankcirkels verkleinen tot 50 meter) geeft een verruiming voor agrarische bedrijven maar mogelijk een verslechtering voor de omwonenden. Een zorgvuldige afweging dient te worden gemaakt.
Werkgroep’84 wil in de komende raadsperiode:
· Het verbetertraject voor de groenstructuur (het groenstructuurplan) voortvarend uit te voeren.
· De snoeihoutacties in voor- en najaar blijvend handhaven.
· Grotere terughoudendheid bij het afgeven van kapvergunningen vooral bij het herinrichten van dijken, straten en wegen.
· Aandacht voor het nieuwe groen bij de diverse deelprojecten van de structuurvisie.
· Een goede mengvorm tussen recreatie en natuurbescherming in onze polders.
|